Het jaar is alweer een tijdje onderweg. Goede voornemens zijn misschien naar de achtergrond verdwenen, maar één voornemen mag wat mij betreft altijd blijven staan: méér genieten van de mooie dingen in het leven. En als wijnliefhebber hoort daar natuurlijk een goed glas wijn bij. Toch zijn er hardnekkige wijnfabels die ervoor zorgen dat je soms nét niet de beste wijnkeuze maakt of minder uit een wijn haalt dan mogelijk is. Tijd om een paar van die misverstanden de wereld uit te helpen!
Wijnfabel 1: donkere roséwijn is zoet
Zodra de temperaturen stijgen, grijpen veel mensen naar een glas rosé. Ik ook. Op een zonnig terras, tijdens een barbecue of gewoon omdat je zin hebt in iets verfrissends. Al moet ik bekennen dat ik net zo blij word van een frisse sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland met een lekker hoge zuurgraad. Rosé is al jaren populair en de trend is dat de kleur steeds lichter wordt. Daardoor denken veel mensen dat een donkergekleurde rosé automatisch zoeter is. Maar dat klopt niet. De kleur van rosé ontstaat doordat het sap van blauwe druiven kort contact maakt met de druivenschillen. Hoe langer dat contact duurt, hoe meer kleur, geur- en smaakstoffen de wijn krijgt. Dat zegt echter niets over de hoeveelheid suiker in de wijn. Of een wijn droog of zoet is, wordt bepaald door de hoeveelheid restsuiker die na de vergisting achterblijft. Een donkere rosé kan dus net zo droog zijn als een heel lichtgekleurde Provence-rosé.
Wijnfabel 2: wijn met een schroefdop kan geen kurk hebben
Steeds meer wijnflessen worden afgesloten met een schroefdop. En dat is niet zonder reden. Een schroefdop sluit betrouwbaar af, verkleint de kans op oxidatie en voorkomt veel problemen die bij natuurkurk kunnen ontstaan. Toch hoor ik regelmatig: “Deze wijn kan geen kurk hebben, er zit immers een schroefdop op.” Dat is helaas niet helemaal waar. Wanneer wijnliefhebbers zeggen dat een wijn “kurk heeft”, bedoelen ze meestal een besmetting met TCA (trichlooranisol). Deze stof zorgt voor geuren van nat karton, een muffe kelder of natte hond. De oorzaak ligt vaak bij besmette kurken, maar TCA kan ook elders in de productieketen ontstaan, bijvoorbeeld in de wijnkelder of via besmet materiaal. Daardoor kan ook een wijn met schroefdop last hebben van deze afwijking. Gelukkig komt het niet vaak voor, maar ruikt een wijn opvallend muf? Dan is er waarschijnlijk iets mis en kun je beter een andere fles openen.😉
Wijnfabel 3: rode wijn drink je op kamertemperatuur
“Rode wijn drink je op kamertemperatuur.” Het is misschien wel de bekendste wijnregel die eigenlijk niet klopt. De oorsprong van dit advies ligt ver in het verleden. Toen waren woonkamers vaak een stuk koeler dan tegenwoordig. Waar vroeger 16 tot 18 graden heel normaal was, ligt de temperatuur in veel huizen nu rond de 21 of 22 graden. En dat is voor de meeste rode wijnen simpelweg te warm. De meeste rode wijnen komen het best tot hun recht tussen de 16 en 18 graden. Lichtere rode wijnen mogen zelfs nog iets koeler worden geschonken. Wanneer rode wijn te warm is, wordt de alcohol nadrukkelijker, verliest de wijn zijn frisheid en kan hij zwaar en log overkomen. Een kwartiertje in de koelkast voordat je de fles opent, kan daarom wonderen doen voor je wijnbeleving.
Er valt nog zoveel meer te ontdekken over wijn!
Hoe meer je over wijn leert, hoe meer plezier je eraan beleeft. Niet omdat wijn ingewikkeld moet zijn, maar juist omdat je beter begrijpt wat je proeft en waarom je iets lekker vindt. Wil je meer weten over druivenrassen, wijngebieden, wijn-spijscombinaties en praktische tips die je direct kunt toepassen? Dan is een wijncursus een leuke volgende stap. Of je nu net begint of je kennis wilt verdiepen, er is altijd weer iets nieuws te ontdekken in de wereld van wijn. En misschien geniet je daardoor straks nóg meer van dat volgende glas.